Toen we de sleutel kregen was het september en stond de zon nog laag door de achterdeur naar binnen. Het huis voelde prima. Ik dacht: dit gaat goed komen. Vier maanden later zaten we met dekens op de bank en een thermostaat die op 21 stond.
Wat we van tevoren wisten
Bijna niets, blijkt achteraf. In de verkoopbrochure stond energielabel D, en dat vond ik netjes — het is geen G. Wat ik niet wist is dat een label vooral iets zegt over de theoretische berekening en heel weinig over hoe een huis in de praktijk aanvoelt. Twee huizen met label D kunnen tientallen procenten in verbruik verschillen, afhankelijk van kierdichting, glas en waar de radiatoren hangen.
Wat we ook niet hadden gedaan: de vorige eigenaren vragen wat zij verbruikten. Dat is de simpelste vraag ter wereld en die had ons een hoop verrassing gescheeld. Ze hadden hem waarschijnlijk gewoon beantwoord.
De cijfers van dat eerste jaar
We eindigden op 1.480 kuub gas en 4.100 kilowattuur stroom, voor een tussenwoning van 112 vierkante meter met drie bewoners. Dat is voor gas ruim boven het gemiddelde voor dit woningtype. Onze eerste jaarafrekening kwam €640 hoger uit dan het termijnbedrag dat de leverancier had ingeschat.
Die €640 was de duurste les die ik voor dit blog heb gekregen, en ergens ook de aanleiding om erover te gaan schrijven.
Waar het gas heen ging
Pas het jaar erna, toen ik ging meten, viel het kwartje. Drie dingen:
- De koude vloer. De woonkamer voelde koud terwijl de lucht warm genoeg was, dus zetten we de thermostaat hoger dan nodig. Dat is de duurste manier om koude voeten op te lossen.
- Een dichtgemetselde kruipruimte. Ontdekt bij de eerste isolatie-inspectie: de vorige eigenaar had de ventilatieroosters dichtgemaakt, waardoor er vocht onder de vloer stond. Vochtige lucht koelt een vloer harder af dan droge.
- Aanvoertemperatuur 80 graden. De ketel stond op de fabrieksinstelling. Dat betekent snel warm en veel gas.
Wat ik iemand zou aanraden die net verhuisd is
Doe deze drie dingen in je eerste maand, ze kosten samen bijna niets:
- Noteer je meterstanden op de dag dat je erin gaat. Zonder beginpunt kun je later niets vergelijken.
- Kruip één keer in je kruipruimte, of laat iemand het doen. Je wil weten of daar water staat vóórdat het winter is.
- Kijk wat de aanvoertemperatuur van je ketel is. Bij ons stond hij op 80; hij kan bij de meeste huizen een stuk lager.
Ik heb het gevoel dat niemand je dit vertelt bij de overdracht. Je krijgt een map met garantiebewijzen van de vaatwasser, maar niet het ene A4'tje dat echt zou helpen.



