Van alle vragen die ik krijg over energie gaat deze het vaakst mis: mensen vergelijken alleen de prijs per kilowattuur en vergeten dat ze drie totaal verschillende producten naast elkaar leggen.
De drie vormen in gewone taal
Vast contract. Je legt een tarief vast voor één, twee of drie jaar. Je weet precies waar je aan toe bent. De leverancier neemt het prijsrisico over en rekent daar een opslag voor. Loopt de marktprijs op, dan zit je goed; zakt die, dan betaal je te veel en kom je er alleen uit met een opzegvergoeding.
Variabel contract. Het tarief verandert een paar keer per jaar, meestal per kwartaal of per halfjaar. Je volgt de markt met vertraging. Meestal maandelijks opzegbaar.
Dynamisch contract. Je betaalt de beursprijs per uur, plus een vaste opslag van de leverancier. Bij stroom is dat de day-ahead-prijs die elke dag om een uur of één voor de volgende dag bekend wordt.
Wat mij bij dynamisch tegenhield
Dynamisch is op de langere termijn gemiddeld het goedkoopst — daar zijn de meeste analyses het over eens. Maar "gemiddeld" doet veel werk in die zin.
Wij hebben geen zonnepanelen, geen thuisbatterij en geen elektrische auto. We kunnen ons verbruik dus nauwelijks verschuiven. De was kan 's nachts draaien, maar koken doen we om zes uur, en dat is precies het duurste uur van de dag. Zonder de mogelijkheid om te schuiven neem je bij dynamisch wél het risico maar pak je niet het voordeel.
Daar komt bij dat ik weet hoe ik in elkaar zit. Ik zou dagelijks in die app kijken. Dat is geen ontspannen manier om te leven, en het is precies waarom mijn huishouden er niet geschikt voor is — niet omdat het product slecht is.
Waarom niet variabel
Daar zaten we al jaren, min of meer per ongeluk. Het nadeel dat ik voelde: je hebt alle onzekerheid van de markt, maar zonder de scherpe prijs van dynamisch. Bij prijsstijgingen krijg je gewoon een brief dat het tarief omhoog gaat, en dan zit je alsnog te zoeken.
Wat het geworden is
Een vast contract van één jaar. De redenering: onze maandlasten zijn voorspelbaar, ik hoef er niet naar om te kijken, en na een jaar kan ik opnieuw beslissen zonder dat ik me drie jaar heb vastgelegd op wat toevallig een piek in de markt was.
Bij de keuze van de leverancier woog voor mij zwaarder waar de stroom vandaan komt dan waar het tarief precies op uitkomt. Dat kostte ons een paar tientjes per jaar. Hoe ik daarin ben beland en wat ik van die leverancier vind na een jaar, heb ik in dit stuk uitgeschreven.
Drie dingen die bij elke vorm gelden
- Kijk niet naar het maandbedrag maar naar de kale tarieven. Het termijnbedrag is een voorschot dat een leverancier zelf mag inschatten, en een laag voorschot is geen lage prijs.
- Reken met je eigen verbruik. De standaardprofielen van vergelijkers zitten er zomaar 30 procent naast. Pak je jaarafrekening erbij.
- Kijk hoe lang een welkomstbonus meetelt. Een cashback van €150 maakt jaar één goedkoop en zegt niets over jaar twee.
Er is geen contractvorm die voor iedereen de beste is. Er is wel een vorm die past bij hoeveel risico je aankunt en hoeveel aandacht je eraan wil geven — en dat is een eerlijker vraag dan wat de rekentool je voorschotelt.



